06–21227003 info@jolibebe.nl

Als een baby van vijf weken oud tijdens de buikligging ineens van de buik naar de rug rolt, kan dat best bijzonder lijken. Ouders vragen zich dan vaak af: “Is mijn baby hier niet veel te jong voor?” Of: “Betekent dit dat mijn baby al heel sterk is?”

Het antwoord is genuanceerd. Een baby van vijf weken kan inderdaad van buik naar rug bewegen, maar dit is meestal nog niet hetzelfde als het doelgericht omrollen dat we later in de motorische ontwikkeling zien.


 Wanneer leren baby’s omrollen?

De meeste baby’s leren ergens tussen ongeveer 3 en 5 maanden van buik naar rug te rollen. Daarna ontstaat meestal het rollen van rug naar buik.

Er bestaat echter veel individuele variatie. Bovendien kan een jonge baby door zijn lichaamshouding en de zwaartekracht al een beweging maken die eruitziet als omrollen.

Bij een baby van vijf weken is het daarom belangrijk om vooral te kijken naar de manier waarop de beweging ontstaat.

Een baby van vijf weken kan als het ware ‘kantelen’

Jonge baby’s hebben van nature nog relatief veel spierspanning. Wanneer een baby in buikligging het hoofdje optilt, kan hij zich daarbij sterk strekken.

Je kunt dan bijvoorbeeld zien:

  • het hoofdje wordt krachtig opgetild;
  • de nek strekt zich;
  • de rug maakt een duidelijke boog;
  • de borst komt van de ondergrond;
  • armen en benen strekken zich;
  • het gewicht verschuift naar één zijde.

 

 

 

Kan dit te maken hebben met verhoogde spanning?

Dat kan, maar één keer vroeg omrollen betekent niet automatisch dat een baby een verhoogde spierspanning heeft.

Het is vooral interessant om naar het totale bewegingspatroon te kijken. Wanneer een baby zich regelmatig sterk overstrekt, het hoofdje veel naar achteren brengt, een duidelijke holle rug maakt of moeite lijkt te hebben om weer te ontspannen, kan er sprake zijn van een sterke extensiecomponent.

Ook een duidelijke voorkeur voor één kant of weinig variatie in bewegen kan een reden zijn om het bewegingspatroon wat beter te laten beoordelen. Daarbij is het belangrijk om te benadrukken dat jonge baby’s van nature veel strekbewegingen maken. Een observatie op één moment is daarom niet voldoende om conclusies te trekken.

Waar kun je als ouder op letten?

Kijk eens rustig naar je baby tijdens de buikligging.

1. Hoe ligt je baby voordat hij beweegt?

Is je baby redelijk ontspannen? Of zie je veel spanning in de nek en rug?

2. Hoe komt het hoofdje omhoog?

Kan je baby het hoofdje rustig optillen en draaien? Of wordt het hoofdje sterk naar achteren getrokken?

3. Hoe bewegen de armen?

Kan je baby de armen gebruiken om steun te zoeken? Of worden de armen vooral naar achteren of opzij gestrekt?

4. Wat doet de rug?

Een lichte strekking is normaal. Een voortdurend sterk holle rug kan wijzen op een grotere extensiecomponent.

5. Hoe ontstaat de rolbeweging?

Dit is misschien wel het belangrijkste. Bij een heel jonge baby kan het gebeuren dat:

hoofd omhoog → rug sterk strekken → gewicht verschuift → baby kantelt naar de zij → baby komt op de rug terecht.

Dit is iets anders dan een latere, meer gecontroleerde rol waarbij het lichaam geleidelijk meedraait en er meer sprake is van gewichtsverplaatsing en romprotatie.

6. Wat gebeurt er na het rollen?

Kan je baby daarna ontspannen? Bewegen de armen en benen vrij? Kan het hoofdje naar beide kanten draaien? Kan de baby weer een meer gebogen, ontspannen houding aannemen?

Het totale plaatje vertelt vaak meer dan de rolbeweging zelf.

Vroeg rollen is dus niet per definitie ‘goed’ of ‘slecht’

Het is begrijpelijk dat ouders trots zijn wanneer hun baby iets opvallend vroeg lijkt te kunnen. Toch geldt bij de motorische ontwikkeling niet automatisch: hoe eerder, hoe beter.

Motorische ontwikkeling gaat vooral over kwaliteit, variatie en ontspanning in bewegen. Een baby hoeft geen mijlpalen te ‘halen’ vóór de gemiddelde leeftijd. Ieder kindje ontwikkelt zich in zijn eigen tempo.

Daarom kijken we liever niet alleen naar de vraag:

“Rolt mijn baby al?” maar vooral naar: “Hoe beweegt mijn baby?”

Door deze combinatie kan een baby zijn evenwicht verliezen en via de zij naar de rug kantelen. Dat lijkt op omrollen, maar is motorisch iets anders dan het gecontroleerde rollen dat later in de ontwikkeling ontstaat..

Wanneer is het verstandig om advies te vragen?

Wanneer je merkt dat je baby zich opvallend vaak en sterk overstretcht, een duidelijke voorkeurshouding heeft, moeilijk kan ontspannen of wanneer de bewegingen erg asymmetrisch zijn, kan het verstandig zijn om dit te bespreken met bijvoorbeeld de jeugdarts, een kinderfysiotherapeut of osteopaat..

Dat betekent niet dat er meteen iets aan de hand is. Het kan juist prettig zijn om vroeg naar het bewegingspatroon te laten kijken en ouders handvatten te geven voor een ontspannen motorische ontwikkeling.

Bij Joli Bébé kijken we naar het hele bewegingspatroon!

Tijdens onze begeleiding kijken we niet alleen naar wat een baby kan, maar vooral naar hoe een baby beweegt, reageert en ontspant. Een vroege beweging kan namelijk heel interessant zijn en veel vertellen over hoe een baby zijn lichaam gebruikt.

Want iedere beweging is onderdeel van de ontwikkeling — en juist door goed te kijken, kunnen we een baby beter begrijpen en stimuleren.

Heb jij een baby die al heel vroeg lijkt om te rollen? Dan hoeft dat niet meteen reden tot zorg te zijn. Kijk vooral naar het hele bewegingspatroon en vraag bij twijfel advies aan een deskundige.

3 behandelingen kort achter elkaar

Door 3 sessies kort achter elkaar in te plannen zal je merken dat de spierspanning in het lichaampje van jouw baby voor een groot deel is verminderd of zelfs helemaal verdwenen is. Hiervoor hebben we ook strippenkaarten:

een 3 strippenkaart heb je al vonaf € 157,50.

 

Ben je na deze blog nieuwsgierig geworden naar mijn werkwijze en wil je ook dat je kindje makkelijker kan ontspannen en zijn lichaam beter kan controleren? Maak dan eenvoudig een afspraak in de online agenda. Ik help je graag verder.